mobiel zoek icoon

Israëlische Moti vond zijn Messias in New York

Mordechai Vaknin, roepnaam Moti, is in 1984 geboren in Haifa, als enig kind in een orthodox-Jood- se familie van Marokkaanse komaf. Na zijn diensttijd vertrok hij naar New York om zijn droom waar te maken: fotograaf worden. Om de kost te verdienen, werkte hij in een koosjer restaurant. Daar kwam hij in contact met christenen van Chosen People Ministries. Dat contact zette zijn beeld van Jezus totaal op z’n kop. Hij werd meegenomen naar een messiaanse gemeente, zonder goed te beseffen waar hij was. Uiteindelijk vond hij in Jezus de Joodse Messias en keerde hij terug naar Israël.

Jaren werkte hij daar voor de messiaan- se organisatie OneForIsrael in Netanya. Nu zet Moti zich in Israël in voor de organisatie die hem jaren eerder in New York op het spoor van Jezus bracht. In dit magazine het getuigenis van cruciale momenten in zijn verhaal.

‘In New York vond ik werk als koosjer toezichthouder in een restaurant. Ik had geld voor een ‘geweldig’ leven. Geld, vrouwen, alcohol, drugs en fees- ten, het was alles voor handen. Aan
de buitenkant leefde ik ‘the American dream’, maar van binnen was alles aan het rotten. Op een dag kwam een dame het restaurant binnenlopen en ze vroeg naar het koosjere certificaat van het drankje dat ze had. Ik vertelde haar dat het door die en die rabbijn was goedge- keurd. Ze draaide zich om en liep weg. Goedkeuring van deze rabbijn was voor haar niet goed genoeg. Het bleek dat er diverse kampen waren en elk kamp had z’n eigen rabbijn.

Op een dag kwam een man het restau- rant binnenlopen die in Hebreeuws met een Engels accent vroeg of hij naar het toilet kon. Ik was verbaasd dat hij Hebreeuws sprak en vroeg hem ernaar. Hij vertelde dat hij van het volk Israël hield en dat hij zelfs bereid was te ster- ven voor Israël. Ik vertelde dat ik na de diensttijd in het Israëlisch leger juist zo snel mogelijk weg wilde om in Amerika te kunnen leven. Ik begreep niet waarom hij als Amerikaan in Israël wilde leven. Het klonk mij als absurd in de oren. Toen ontstond er een interessant gesprek tus- sen Moti en de man:
‘Moet jij Israël niet haten omdat wij Jezus hebben vermoord?’
‘Jullie hebben Jezus niet vermoord, wij allemaal hebben dat gedaan.’
‘Ik heb nog nooit iemand vermoord of iets misdaan of gestolen. En nu kom je mij vertellen dat ik Jezus heb vermoord!’
‘Moti, we zijn allemaal zondaren, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje.’
‘Ho, ho, ho, ho, je gaat mij echt nooit bekeren tot het christendom. Jij gelooft dat Jezus uit de dood opstond, maar in de Schriften staat dat alleen Abraham rechtstreeks naar God ging.’
‘Abraham? Moti, weet je dat zeker?’
‘Wát, kom jij mij, als Hebreeër die de Schrift kan lezen, vertellen dat ik het fout heb?’

‘Ik vroeg me af waarom dit boek zo’n sterke reactie teweegbracht’

De man sloeg een Bijbel open en bladerde en liet zien dat het Elia was, die rechtstreeks naar de hemel ging en niet Abraham. Thuis zei ik dat het niet kan bestaan dat een heiden, een christen (en ik spuugde op de grond bij het uitspreken van dat woord) mij als Jood mijn eigen Bijbel komt uitleggen. Die dag besloot ik zelf toch maar de Bijbel te gaan lezen.

Korte tijd later zat ik een soort synagoge tussen Joden en niet-Joden, mannen en vrouwen. Ineens kwam er iemand die de rabbijn zou moeten zijn, hij stak zijn handen omhoog en zei ‘Yeshua, zegen ons, we willen meer van U’. Ik stootte de vriendin aan die me had meegenomen en vroeg wie die Yeshua wel niet is? Ze zei dat hij Jezus bedoelde. Ik schrok, stond op, was boos en vroeg hoe zij mij, als opzichter in een koosjer restaurant, op Sabbat naar deze plek kon brengen.

Ik ging toen op bezoek bij een echte rabbijn en toen ik hem een Nieuw Testament liet zien, verschoot hij van kleur en zei me dat ik dat nooit meer mocht aanraken omdat dit boek de oorzaak was van heel veel kwaad, tot aan de Holocaust toe. Ik vroeg me na dat bezoek af waarom dit boek zo’n sterke reactie teweegbracht. Daarom besloot ik het toch maar zelf te gaan lezen.

Het ging inderdaad over Jezus en over mijn land Israël, Jezus hield van het volk, het was als levend water, ik had zoiets nog nooit in een boek gelezen. Het ging over religieuze mensen die zich tegen Hem keerden maar Hij antwoordde altijd met liefde.

Terug in Israël voelde ik dat ik hier niet over kon zwijgen. Ik wilde ze ook liefde geven en vertellen wie Jezus werkelijk was. Ik vertelde het mijn moeder en zij reageerde alsof er iemand was gestor- ven. Mijn vader begon te schreeuwen en zei dat ik gebrainwasht was en zei het Kaddish (het Joodse gebed voor een overledene).
Ik antwoordde dat ik in mijn leven gedronken had en drugs gebruikte maar dat ik me niet levend voelde. En dat ik dat alles achter me heb gelaten sinds
ik Jezus kende. Aan het eind van dat gesprek zei mijn vader dat ik nog steeds zijn zoon ben en dat hij van me houdt. Maar hij verbood me ooit met iemand erover te praten.

Wat Jezus heeft gedaan in mijn leven, kan ik niet als geheim bewaren. Ik weet dat veel mensen mij haten en mij ver- vloeken. Maar zij haatten en vervloek- ten Jezus ook, terwijl Hij van hen bleef houden en zich als offer voor hen gaf. Als iedereen kleine offers brengt voor een ander, zou de wereld een mooiere plek zijn.’

Dit getuigenis gaf Moti in een video van OneForIsrael en wordt met zijn goedkeuring nu gepubliceerd in Gemeentenieuws.

15-12-2021